Nieuws

Ontwikkelingen in ons vakgebied

Cursussen voor een volledige opleiding tot Cognitief Gedragstherapeut VGCt

Cognitieve gedragstherapie is een van de meest toegepaste behandelvormen in Nederland. Bij King Nascholing kun je de volledige opleiding volgen tot Cognitief Gedragstherapeut VGCt.


Basiscursussen

King Nascholing biedt verschillende basiscursussen aan voor je opleiding tot Cognitief Gedragstherapeut. Na het volgen van de basiscursus, heb je voldoende kennis om (onder supervisie) gedragstherapieën uit te voeren bij kinderen, jeugdigen en/of volwassenen.

In onze agenda vind je alle startdata en je kunt je direct aanmelden voor een cursus. Voor de basiscursus die op 29 augustus a.s. in Utrecht start, kun je je nog inschrijven!


Geaccrediteerde vervolgcursussen

Wanneer je de basiscursus hebt afgerond, heb je vijf jaar de tijd om een aantal vervolgcursussen te volgen. Bij King Nascholing kun je je onder andere voor de volgende geaccrediteerde trainingen aanmelden:

Bekijk hier al onze basis- en vervolgcursussen voor de opleiding tot Cognitief Gedragstherapeut.


Leertherapie en supervisie

Naast de basis- en vervolgcursussen, ben je verplicht om leertherapiesessies en supervisie te volgen. 

In de intensieve Groepsleertherapie doe je in een kleine groep ervaring op in de cliëntenrol. Je staat stil bij wat je tegenkomt in een therapeutische relatie en wat dit betekent voor de jou en de cliënt.

We bieden ook een Groepsleertherapie in de Franse Dordogne aan. In een veilige omgeving, zonder vermijdingsgedrag door de dagelijkse gewoonte- en veiligheidsgedragingen, ga je onder professionele begeleiding aan de slag met je leerdoelen.

Ben je nog op zoek naar een supervisor? King Nascholing heeft een aantal supervisoren die je in kunt inschakelen voor je supervisietraject. Neem contact met ons op voor meer informatie.

Na het doorlopen van de cursussen, leertherapiesessies en supervisies, kun je je registreren als Cognitief Gedragstherapeut.


Behoud je registratie als Cognitief Gedragstherapeut VGCt

Om je registratie te behouden, moet je je elke vijf jaar her-registreren. Hiervoor heb je onder andere nascholingspunten nodig. Deze kun je bijvoorbeeld behalen met volgende cursussen:


Wil je meer weten over cursussen voor de volledige opleiding tot Cognitief Gedragstherapeut VGCt en de herregistratie? Bekijk het volledige cursusaanbod op onze
website!


Lees verder

ADHD: Medicijngebruik en alternatieven voor kinderen

Er gaat haast geen dag voorbij of je leest er wel iets over: ADHD. De afgelopen jaren is het aantal kinderen dat met ADHD wordt gediagnosticeerd enorm gestegen. Hierdoor gebruikt een groeiend aantal jeugdigen medicijnen zoals Ritalin en Concerta. Maar er komen ook steeds meer alternatieve behandelingswijzen om de stoornis te regulieren.  


Medicijnen en bijwerkingen

Exacte cijfers over het aantal kinderen met ADHD zijn er niet. Wel is duidelijk dat het aantal voorgeschreven recepten van ADHD-medicatie voor jeugdigen tussen 2003 en 2013 is verviervoudigd (bron). En dit aantal is nog steeds stijgende. Ritalin is het meest gebruikte middel, een kortwerkende medicijn dat de symptomen van de stoornis onderdrukt. Maar ook bloeddrukverlagers en antidepressiva worden voorgeschreven bij ADHD. 

De bijwerkingen van deze ADHD-medicijnen zijn bekend. De meest voorkomende klachten zijn hoofdpijn, buikpijn en misselijkheid. Maar het gebruik kan bij jeugdigen ook zorgen voor verminderde eetlust, slaapproblemen, rusteloosheid, tics, dwangmatig gedrag en warrigheid.

 

Alternatieve methodes

Met name de bijwerkingen van ADHD-medicijnen zorgen voor de opkomst van alternatieve behandelingswijzen voor kinderen. Een van deze nieuwe methodes is een training mindfulness. Hoogleraar Orthopedagogiek Susan Bögels(Universiteit van Amsterdam) is hier een groot voorstander van. 

Bögels ontwikkelde MYmind, een training bestaande uit acht wekelijkse sessies van anderhalf uur. Al na een paar weken zag ze resultaat: “Het concentratievermogen van de kinderen bleek te verbeteren. Agressiviteit en impulsiviteit verminderden. Ze gingen beter slapen. Angst en somberheid verminderden. Je zag dat het over de hele linie beter ging. Het was echt een significante verbetering (bron).” Simon Bunt & Martijn van Beenen maakten een indrukwekkende korte film over mindfulness voor kinderen met ADHD: ”Pillen of Chillen”. Bekijk de documentaire hier

 

Leer meer over ADHD bij kinderen en jeugdigen

Om een gepaste behandeling voor een cliënt te kiezen is de juiste diagnostiek noodzakelijk. Wil je hier meer over weten?  Schrijf je dan nu in voor onze cursus “AD(H)D; diagnostiek en behandeling bij kinderen en jeugdigen”. Tijdens deze cursus leer je alles over het diagnostische beeld van ADHD in ontwikkelingsperspectief. 

Na afloop ken je de symptomen, comorbiditeit, differentiaal diagnostiek, prevalentie en het verschil tussen de DSM-IV en DSM-5. We behandelen de theorie en je gaat zelf aan de slag met diagnostiek, casuïstiek bespreking en videomateriaal over ADHD en de behandeling. We starten op 4 oktober op onze leslocatie in Amsterdam!

 

We zijn benieuwd hoe jij hier als professional over denkt. Is ADHD een groeiend probleem of een maatschappelijke hype? En wat vind je van het stijgende medicijngebruik onder kinderen? Laat het ons weten in de reacties!

Lees verder

Nascholing voor de POH-GGZ

Vanuit de toenemende vraag naar psychische en psychosociale hulp in de huisartsenpraktijk is de POH-GGZ (Praktijkondersteuning Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg) ontstaan. Als POH-GGZ ondersteun, begeleid en behandel je (kortdurend) cliënten met psychische problemen. Wanneer nodig zorg je voor een doorverwijzing. Je bent als het ware de ‘voordeur’ van de GGZ.

De functie en de taken zijn nog relatief nieuw en daarom nog volop in ontwikkeling. Lees hier het volledige functieprofiel, opgesteld door de Landelijke Vereniging POH-GGZ. 

Cursussen voor de POH-GGZ

Een POH-GGZ heeft geen BIG-registratie nodig. Je kunt als basispsycholoog, verpleegkundige of maatschappelijk werker in deze functie aan de slag. Welke opleiding je precies nodig hebt, verschilt per instelling (dit heeft te maken met het beleid van zorgverzekeraars).

Als POH-GGZ is het van groot belang om op de hoogte te zijn van de laatste ontwikkelingen op je vakgebied. King Nascholing springt hierop in met een groeiend aanbod van nascholingscursussen voor de POH-GGZ.

In de 1-daagse interactieve cursus “Inleiding Oplossingsgerichte Therapie” leer je hoe oplossingsgerichte therapie toepasbaar is bij verschillende doelgroepen: kinderen, volwassenen, gezinnen en ouderen. Je krijgt inzicht in de belangrijkste strategieën en oefent met oplossingsgerichte gespreksvoering die je direct in je praktijk kunt toepassen. Deze cursus vindt plaats op 20 mei in Utrecht.

In de 2-daagse cursus “Zelf plannen en zelf oplossingen bedenken; een cognitief gedragstherapeutische behandelingen bij adolescenten met ADHD” worden 2 cognitief gedragstherapeutische protocollen behandeld: Zelf plannen èn Zelf oplossingen bedenken. De protocollen zijn gericht op adolescenten met ADHD en de 'minder gemotiveerde' adolescenten. Naast het werken met de protocollen, wordt er veel tijd besteed aan motiverende gesprekstechnieken. Deze cursus start op 19 juni in Amsterdam.

In de cursus “Werken aan een negatief zelfbeeld, een cognitief gedragstherapeutische behandeling bij kinderen en jongeren” leer je hoe je kinderen en jongeren (18-24 jaar) met een negatief zelfbeeld kunt helpen. De opgedane kennis kun je direct in de praktijk toepassen. De eerstvolgende cursus waarbij plek is start op 3 juli op onze leslocatie in Amsterdam.

King Nascholing biedt ook de volgende nascholingscursussen aan voor de POH-GGZ:

Wil je meer weten over onze nascholingscursussen voor de POH-GGZ? Bekijk het volledige aanbod en alle startdata op onze website en schrijf je direct in! 


Lees verder

Wat betekent de DSM-5 voor jou?

Als psycholoog, orthopedagoog of psychotherapeut heb je dagelijks met de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) te maken. Je stelt zelf een classificatie op na een intake. Of werkt vanuit de DSM-diagnose die is gesteld. Per 1 januari 2017 is de nieuwe DSM-5 leidend in de hulpverlening. Dit heeft gevolgen voor zowel zorgverleners als zorgvragers.

DSM-5

Wijzigingen in de DSM

De eerste DSM werd al in 1952 gepubliceerd. In de loop der jaren verschenen steeds nieuwe versies, aangepast aan voortschrijdende inzichten op het gebied van psychische aandoeningen. Ook veranderende sociaal-culturele waarden spelen een rol in de wijzigingen. Zo werd homoseksualiteit in 1973 uit de DSM geschrapt.

De Nederlandse vertaling van de laatste versie verscheen in 2014: de DSM-5. Ondanks het schrappen van vele stoornissen, bevat de DSM-5 maar liefst drie keer meer aandoeningen dan het handboek uit 1952. Een lange periode rouwen om een overleden partner is nu bijvoorbeeld een teken van major depressive disorder. En een krijsend kind kan duiden op een disruptive mood dysregulation disorder.

Een van de veelgehoorde kritieken is dat symptomen uit de DSM-5 zeer algemeen voorkomen. En deze symptomen zijn zeker niet altijd een aanwijzing voor een psychische stoornis. (Bron)

Een voorbeeld van andere belangrijke wijziging in het nieuwe handboek is het verdwijnen van het assenstelsel. Dit stelsel werd in de DSM-IV gebruikt om verschillende diagnoses in te delen. Verder is er een apart hoofdstuk “Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen’” opgenomen. En is “genderdysforie” een nieuwe classificatiecategorie in de DSM-5.

Een overzicht van alle wijzigingen vind je hier.

Praktische gevolgen van de DSM-5

Vanaf 1 januari 2017 wordt de DSM-5 leidend voor de bepaling van het verzekerd pakket. Minister Schippers (VWS) heeft dit laten weten in een brief aan de Tweede Kamer. De regeling houdt in dat zorgaanbieders de nieuwe richtlijnen moeten gebruiken om te beoordelen of er sprake is van een psychische stoornis bij cliënten. De DSM-5 wordt dus ook bepalend voor de betaling van verzekerde zorg.

Je kunt je vast voorstellen dat de nieuwe DSM-5 kan leiden tot veel administratieve rompslomp. En daar loop je als zorgverlener al genoeg tegenaan. Gelukkig is hier rekening mee gehouden. Registratie en declaratie zullen in 2017 nog wel plaatsvinden op basis van de DSM-IV-classificaties. Minister Schippers heeft laten weten dat er een conversietabel wordt opgesteld om duidelijk te maken welke DSM-IV-classificatie bij welke DSM-5-classificatie hoort.

Wil jij nog veel meer leren over de nieuwe DSM-5? En wat deze betekent voor jou als professional? Schrijf je dan nu in voor onze cursus. Je komt alles te weten over de wijzigingen, het opstellen van beschrijvende diagnoses en het op betrouwbare wijze omzetten daarvan in DSM-5-classificaties. We starten op 10 januari!

Lees verder

Richtlijnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming uitgelicht

Op initiatief van het NIP, de NVO en de BPSW zijn tussen 2010 en 2015 veertien richtlijnen ontwikkeld. Deze richtlijnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming ondersteunen jou als professional in de praktijk. De richtlijnen helpen je om samen met een cliënt te beslissen over een passend behandelplan. Ze zijn bedoeld voor jeugdprofessionals, zowel gedragswetenschappers als jeugdzorgwerkers.

Jeugdhulp en Jeugdbescherming

Een aantal richtlijnen uitgelicht

Er zijn richtlijnen ontwikkeld voor onder andere ADHD, problematische gehechtheid en kindermishandeling. Op basis van wetenschap, kennis uit de praktijk en ervaringen van cliënten geven de richtlijnen aanbevelingen voor jouw werk als jeugdzorgwerker. Een overzicht van alle richtlijnen vind je hier.

 

ADHD

ADHD is al lang geen onbekende meer. Maar liefst drie tot vijf procent van de kinderen tot zestien jaar heeft ADHD. Deze richtlijn geeft antwoord op vragen als: hoe kan ADHD gesignaleerd worden? Wat is een passend pedagogisch klimaat voor kinderen met ADHD? En hoe kun je als professional het functioneren van een jeugdige met ADHD bevorderen?

Onze cursus “AD(H)D; diagnostiek en behandeling bij kinderen en jeugdigen” gaat verder in op deze vragen. De cursus is gericht op antwoorden die je direct kunt toepassen in de praktijk. We starten op 8 maart a.s. met de volgende cursus in Amsterdam.

Tijdens de cursus “Zelf plannen en zelf oplossingen bedenken; cognitief gedragstherapeutische behandelingen bij adolescenten met ADHD” leer je om motiverende gespreksvoering toe te passen bij jongeren. Schrijf je nu alvast in voor de cursus in juni op onze leslocatie in Amsterdam.

 

Problematische gehechtheid

De kern van deze richtlijn is dat herstel van een problematische gehechtheidsrelatie altijd mogelijk is. De richtlijn beschrijft wat problematische gehechtheid is en hoe je deze in de dagelijkse praktijk kunt signaleren. Je vindt ook een overzicht van beschikbare interventies om hulp te zoeken buiten de jeugdhulp en jeugdbescherming.

Onze “Basiscursus Infant Mental Health: van IMH visie naar praktische therapeutische toepassing” en de cursus “Systeem en hechting; gehechtheidsrelaties in gezinnen” bieden je een combinatie van theorie en praktijk.  In de basiscursus IMH wordt aandacht besteed aan de Infant Mental Health visie en recent wetenschappelijk onderzoek naar de vroege ouder-kindrelatie. We starten op 1 februari a.s. met de volgende cursus.

Tijdens de cursus “Systeem en hechting” kom je alles te weten over het hechtingssysteem en de werking van het brein. Door middel van rollenspellen oefen je de systeemtheoretische interventies. De eerstvolgende cursus start op 3 februari a.s. in Amsterdam.

Wil je nog meer leren over problematische gehechtheid? Schrijf je dan in voor de cursus “Hechting in diagnostiek en behandeling van kinderen en jeugdigen, de noodzakelijke blik”. Je doet kennis op over onder andere (on)veilige hechting in de ontwikkeling van kinderen.  Na afloop van de cursus ben je in staat om gehechtheid onderdeel te laten zijn van je klinische blik binnen diagnostiek en behandeling. De cursus start in mei in Amsterdam.

 

Kindermishandeling

In deze richtlijn staat de veiligheid van jeugdigen centraal. Er wordt bijvoorbeeld aangegeven welke interventies voor veiligheid en herstel er zijn en hoe je de signalen van kindermishandeling kunt herkennen. Ook wordt er in de richtlijn aangegeven wat de gevolgen op de korte en lange termijn zijn van mishandeling van kinderen.

Meer weten? In de cursus “Kindermishandeling en kwetsbare gezinsrelaties” leer je onder andere meer over de signalering van kindermishandeling. Je krijgt bovendien meer inzicht en professionaliteit om het probleem aan te pakken. Schrijf je nu nog in voor de cursus in april!

 

In welke richtlijn zou jij je verder willen verdiepen? Bekijk het volledige cursusaanbod op onze website

Lees verder

Wat doe je met de uitslag van online depressietesten?

Depressie is hot. Aan het begin van de herfst staat het internet vol met stukken over depressiviteit. Desondanks blijft het voor veel mensen een moeilijke kwestie om over te praten. Nieuwe initiatieven zorgen ervoor dat depressiviteit steeds verder uit de taboesfeer wordt gehaald. Mede hierdoor zijn online depressietesten meer dan ooit in opkomst. Maar is dit alleen een positieve ontwikkeling? Of kan de uitslag van een zelftest ook juist negatieve gevolgen hebben?

Bekendheid van depressie

Online kun je haast niet om depressie heen. In 2016 verschenen verschillende artikelen over gedragstherapie bij depressies, het gebruik van antidepressiva tijdens een zwangerschap  en  depressiviteit onder ouderen. En het Deense onderzoek naar de relatie tussen de ingang van de wintertijd en neerslachtigheid werd door alle serieuze media opgepikt.

Een op de twintig Nederlanders krijgt in zijn leven met een depressie te maken. Onder ouderen boven de zestig kampt zelfs ongeveer tien procent met depressieve klachten. En dit zijn alleen nog maar de mensen die uitkomen voor hun ziekte.

De gevolgen van een depressie kunnen zeer ingrijpend zijn. Depressiviteit leidt tot vermoeidheid, verminderd functioneren en ziekteverzuim. En het is een van de belangrijkste oorzaken van zelfmoord. Alle reden dus om open met deze stoornis om te gaan. Maar ondanks de stijgende bekendheid rondom depressie, blijft het voor veel patiënten een lastig onderwerp van gesprek.

Het taboe doorbreken

Er zijn gelukkig steeds meer initiatieven die het taboe rondom depressiviteit proberen te doorbreken. Zo lanceerde minister Edith Schippers (VWS) eind september een landelijke publiekscampagne om “depressie bespreekbaar te maken en de kennis erover te vergroten”.

Een van de taboedoorbrekende particuliere projecten is Alles goed. Hierin delen jonge mensen verhalen over hun worsteling met depressies. Rianne Spit vertelt bijvoorbeeld hoe zij het liefst “Fuck you!” tegen haar depressie wil zeggen. En hoe waterijsjes, medicijnen en een huisdier haar (soms) door donkere periodes helpen.

Online depressietesten

Met het nieuws en de projecten rondom depressiviteit, stijgt ook het aantal online zelftesten. Op tientallen Nederlandse websites zijn depressietesten te vinden. Maar wat is de waarde en het nut van deze laagdrempelige testen?

De GGZ Groep is een van de organisaties die een zelftest aanbieden op hun website.
De uitkomst van deze test kan zijn: “De kans is gemiddeld dat er bij u sprake is van een depressie. Als u twijfelt, raadpleeg dan uw arts voor meer informatie.” Wat moet je nu met deze uitslag? Wanneer er geen twijfel  bestaat, zou iemand waarschijnlijk niet eens aan de test beginnen.

En wat kun je met “De kans is klein dat er bij u sprake is van een depressie. Het is niet noodzakelijk om uw arts te raadplegen”? Niets doen met sombere gedachtes en wachten tot deze vanzelf weggaan?

Wanneer iemand vermoedt aan een depressie te lijden, lijkt het altijd een goed idee om hulp te zoeken. Wat de uitslag van de zelftest ook is. Liever een keer te vaak naar de huisarts, dan thuis blijven zitten terwijl er misschien een ernstig probleem speelt.

Wij zijn benieuwd hoe jij als professional hierover denkt. Werkt een anonieme en laagdrempelige zelftest taboedoorbrekend? Of zorgt een negatieve uitslag ervoor dat iemand juist geen hulp zoekt, terwijl hij of zij dat misschien wel nodig heeft? Laat het ons weten in de reacties

Lees verder

Aanscherping meldcode kindermishandeling: verbetering of verontrustend?

Begin oktober kondigde staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) een aanscherping van de meldcode kindermishandeling aan. Deze houdt in dat artsen, leraren en hulpverleners voortaan verplicht Stichting Veilig Thuis moeten inlichten wanneer zij vermoeden dat er sprake is van kindermishandeling. Beroepsverenigingen en hulpverleners hebben (terecht?) kritiek op deze nieuwe meldplicht.

Het standpunt van de staatssecretaris

Volgens Van Rijn voorkomt de aanscherping dat “professionals hulp verlenen aan een kind of gezin in ernstige problemen zonder dat ze dat van elkaar weten.” Hij benadrukt dat Veilig Thuis de hulpverlening niet overneemt. De stichting heeft enkel een coördinerende rol.

Bezwaren van de beroepsverenigingen

Beroepsverenigingen  BPSW, NIP, NVGzP, NVO, P3NL, VGCt, VKJP, VPeP en V&VN maken zich zorgen over deze ontwikkeling. Zij uitten hun bezwaren in een brief aan de staatssecretaris. De nadelen van de nieuwe meldcode liggen volgens de verenigingen vooral in twee punten:

  • De verplichting tot het aanleveren van gegevens: de plicht kan de privacy en de vertrouwensrelatie tussen hulpverleners en cliënten schaden. Dit kan cliënten ervan weerhouden hulp te zoeken.
  • De aandacht verschuift van handelen naar melden: alleen signaleren lost het probleem niet op. De beroepsverenigingen pleiten daarom voor het opstellen van een veldnorm in plaats van een meldplicht.

Kritiek vanuit het werkveld

Ook professionals maken zich zorgen. Zo stelt Harry van den Bosch (medewerker NJI) dat de aanscherping van de meldcode alleen geldt voor kinderen die toch al in een hulpverleningstraject zitten. De kinderen die onder de radar blijven, die echt gevaar lopen, hebben niets aan het registratievereiste. Het verhelpen van het probleem kan volgens hem alleen door ervoor te zorgen dat hulpverleners de juiste samenwerkingspartners kennen en de geschikte vaardigheden hebben. Een meldplicht bij Veilig Thuis draagt hier niet aan bij.

Hoe denk jij als professional hierover? Zorgt aanscherping van de meldcode voor het doorbreken van de cirkel van geweld? Of kan het een bestaande hulpverleningssituatie schaden? Laat het ons weten in de reacties!

Lees verder
Naar boven